Wat is cliëntenonderzoek (CDD)?
Praktische uitleg voor makelaars, met aandacht voor wat u moet vastleggen en wanneer extra onderzoek nodig kan zijn.
Kort antwoord
CDD (Customer Due Diligence) is het wettelijk verplichte onderzoek dat u doet voordat u een zakelijke relatie aangaat of een transactie uitvoert.
Cliëntenonderzoek, in de Wwft aangeduid als Customer Due Diligence (CDD), is het fundament van iedere compliance-inspanning die u als makelaar levert. Voordat u een zakelijke relatie aangaat (bijvoorbeeld het aannemen van een verkoopopdracht of het begeleiden van een koper bij een bod) of voordat u een incidentele transactie uitvoert, moet u eerst weten met wie u zaken doet, wie er werkelijk achter de klant schuilgaat en of het geld en de bedoeling achter de deal logisch en legitiem zijn. Pas als dat beeld compleet is, mag u de opdracht daadwerkelijk starten.
Het doel van CDD is niet bureaucratie om de bureaucratie. De wetgever wil voorkomen dat de vastgoedmarkt wordt gebruikt om crimineel geld wit te wassen of terrorisme te financieren, en makelaars zitten letterlijk op het knooppunt waar grote sommen geld van eigenaar wisselen. Daarom rust op u een zelfstandige onderzoeksplicht: u mag niet blind varen op wat de klant u vertelt, en u mag een dossier niet afronden voordat de kernvragen zijn beantwoord.
De vier bouwstenen van cliëntenonderzoek
Een volledig cliëntenonderzoek bestaat uit vier onderdelen die logisch op elkaar volgen.
Ten eerste identificeert en verifieert u de cliënt. Identificeren betekent dat u vraagt wie de klant is: naam, geboortedatum, adres, en bij een rechtspersoon de statutaire gegevens en inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Verifiëren betekent dat u dit controleert aan de hand van betrouwbare, onafhankelijke documenten: een geldig identiteitsbewijs, een KvK-uittreksel, statuten. Het onderscheid is belangrijk: een naam noteren is identificeren, een paspoort controleren op echtheid en geldigheid is verifiëren. Beide stappen zijn verplicht.
Ten tweede stelt u de UBO vast: de uiteindelijk belanghebbende, oftewel de natuurlijke persoon (of personen) die de rechtspersoon feitelijk controleert of er eigenaar van is. Bij een besloten vennootschap kan dit direct duidelijk zijn, maar bij trustconstructies, buitenlandse holdings of getrapte eigendomsstructuren vraagt dit gericht doorvragen en het opvragen van een UBO-register-uittreksel of vergelijkbare documentatie.
Ten derde brengt u het doel en de aard van de zakelijke relatie in kaart. Waarom koopt of verkoopt deze partij dit object, wat is de achtergrond van de transactie, past de financiering bij het profiel van de klant? Een particulier die contant een tweede vakantiewoning van twee ton wil afrekenen roept andere vragen op dan een projectontwikkelaar die een portefeuille herstructureert.
Ten vierde is er de doorlopende monitoring: u houdt de vinger aan de pols gedurende de hele relatie en niet alleen bij de intake.
Risicoafhankelijke diepgang
Niet ieder dossier vraagt om dezelfde inspanning. De Wwft werkt met een risicogebaseerde benadering: u bepaalt eerst het risiconiveau van de cliënt en de transactie, en dat niveau bepaalt vervolgens hoe diep uw onderzoek moet gaan.
Bij een laag risico (bijvoorbeeld een transactie met een beursgenoteerde onderneming of een Nederlandse overheidsinstelling) kan vereenvoudigd cliëntenonderzoek (SDD) volstaan. Bij een gemiddeld risico, wat in de praktijk de meeste reguliere woningtransacties tussen particulieren betreft, voert u standaard CDD uit zoals hierboven beschreven. Bij een verhoogd risico, denk aan een politiek prominent persoon (PEP), een partij uit een hoog-risicoland, een ongebruikelijk complexe eigendomsstructuur, of contante betalingen, schakelt u over naar verscherpt onderzoek (EDD), waarbij u onder meer de bron van het vermogen en de bron van de middelen expliciet moet vaststellen en documenteren.
Deze risico-inschatting maakt u niet uit uw hoofd; leg vast welke factoren u heeft meegewogen (type cliënt, land, product, transactiekanaal, betaalwijze) en tot welke classificatie dat leidt. Die onderbouwing is precies wat een toezichthouder bij een controle wil zien.
CDD is nooit klaar
Een veelgemaakte misvatting is dat cliëntenonderzoek een afvinklijstje is dat u bij de intake eenmalig doorloopt en daarna kunt sluiten. Dat is niet hoe de wet het bedoelt. U bent verplicht de gegevens in het dossier actueel te houden, en zodra zich een signaal voordoet (een transactie die niet past bij het eerder geschetste profiel, een adreswijziging naar een risicovol land, een media-bericht over de UBO) moet u het onderzoek heropenen en opnieuw beoordelen of de eerdere classificatie nog klopt. Wie een dossier na afronding van de transactie in een la legt en er nooit meer naar omkijkt, voldoet niet aan de wet, ook al was het onderzoek bij de start onberispelijk.
Voorbeeld uit de praktijk
Een makelaarskantoor in Utrecht krijgt de verkoopopdracht voor een grachtenpand van 1,4 miljoen euro. De verkoper is een besloten vennootschap, opgericht drie maanden eerder, met als enige bestuurder een advocaat uit Luxemburg die optreedt namens een trust. Bij de intake identificeert de makelaar de vennootschap via het KvK-uittreksel en verifieert de bestuurder aan de hand van zijn paspoort. Tot zover lijkt het dossier standaard.
Bij het vaststellen van de UBO blijkt echter dat de trust wordt gehouden door een offshore-structuur op de Kaaimaneilanden, met als uiteindelijke begunstigde een zakenman die eerder in de pers is genoemd in verband met een corruptieonderzoek in een ander land. Dit is een duidelijk signaal om het risiconiveau te herzien: standaard CDD volstaat hier niet meer. De makelaar schakelt over naar verscherpt onderzoek: hij vraagt aanvullende documentatie op over de herkomst van de vennootschapsstructuur, laat zich door de trust een verklaring geven over de bron van het vermogen waarmee het pand destijds is verworven, en raadpleegt openbare bronnen en sanctielijsten om de UBO te screenen. Pas nadat dit beeld voldoende is opgehelderd en gedocumenteerd, gaat de makelaar door met de opdracht, en hij legt iedere stap van deze afweging vast in het dossier, inclusief de reden waarom het risiconiveau is opgehoogd.
Checklist
- Identificeer de cliënt: verzamel naam, geboortedatum/adres of statutaire gegevens en KvK-inschrijving.
- Verifieer die gegevens aan de hand van onafhankelijke, betrouwbare documenten (paspoort, KvK-uittreksel, statuten).
- Stel de UBO vast en documenteer de eigendoms- of zeggenschapsstructuur, ook bij getrapte constructies.
- Breng het doel en de aard van de zakelijke relatie expliciet in kaart: waarom deze transactie, met welke financiering.
- Bepaal en onderbouw het risiconiveau (laag, midden, hoog) en kies het bijpassende onderzoeksniveau (SDD, CDD of EDD).
- Leg iedere afweging en ieder brondocument vast in het dossier, niet alleen de conclusie.
- Monitor de relatie doorlopend en heropen het onderzoek direct bij afwijkende signalen.
- Behandel CDD nooit als eenmalige actie bij intake: het is een continue verplichting zolang de relatie of transactie loopt.
Hulp nodig bij CDD?
In een Compliance Intake bekijken we wat voor uw kantoor relevant is en waar ondersteuning zinvol kan zijn.
Verder lezen