Wwft Trainingen

Welke onderwerpen horen in een Wwft-training?

Praktische uitleg voor makelaars, met aandacht voor wat u moet vastleggen en wanneer extra onderzoek nodig kan zijn.

Kort antwoord

Minimaal: cliëntenonderzoek, UBO, PEP, sancties, ongebruikelijke transacties, FIU-melden en tipping-off, plus uw eigen procedures.

Een Wwft-training die alleen de wettekst doorneemt, schiet tekort. Om medewerkers daadwerkelijk in staat te stellen ongebruikelijke transacties te herkennen en correct te handelen, moet een training een breed en samenhangend palet aan onderwerpen behandelen: van het juridisch kader tot de concrete signalen die zich in de dagelijkse makelaarspraktijk voordoen. Een training die alleen abstracte wetsartikelen behandelt zonder praktijkvoorbeelden, blijft hangen in theorie en biedt medewerkers onvoldoende houvast op het moment dat het er echt om gaat.

De kern van een goede Wwft-training bestaat daarom niet uit één onderwerp, maar uit een opbouw: eerst het kader waarbinnen u werkt, dan de concrete stappen die u als kantoor moet zetten, en ten slotte de praktische herkenning van risico's zoals die zich in de vastgoedsector voordoen.

Het wettelijk kader als fundament

Een training begint met het wettelijk kader: de Wwft zelf, maar ook aanpalende wetgeving zoals de Sanctiewet 1977 (Sw 1977) en, waar relevant, de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Medewerkers hoeven geen juristen te worden, maar moeten wel begrijpen waarom bepaalde stappen verplicht zijn en wat de consequenties zijn als deze worden overgeslagen. Dit kader is de basis waarop de rest van de training voortbouwt.

Cliëntenonderzoek, UBO en screening

Het hart van iedere Wwft-training is het cliëntenonderzoek: het reguliere cliëntenonderzoek (CDD) en, waar het risico daarom vraagt, het verscherpte cliëntenonderzoek (EDD). Medewerkers moeten leren hoe zij de identiteit van cliënten verifiëren, wanneer een dossier als hoog risico moet worden aangemerkt, en welke aanvullende stappen daarbij horen.

Onlosmakelijk daarmee verbonden is UBO-onderzoek: het achterhalen van de uiteindelijk belanghebbende achter een rechtspersoon of constructie. Daarnaast hoort PEP-screening in iedere training thuis, evenals sanctiescreening: het controleren van cliënten tegen actuele sanctielijsten.

Ongebruikelijke transacties en de meldprocedure

Een training moet expliciet ingaan op de indicatoren van een ongebruikelijke transactie: welke objectieve en subjectieve signalen bestaan er, en wanneer moet een medewerker daadwerkelijk actie ondernemen? Vervolgens hoort de meldprocedure bij de FIU hier onlosmakelijk bij. Direct gekoppeld hieraan is het tipping-off verbod: een onderwerp waar medewerkers zonder training gemakkelijk fouten in maken, simpelweg omdat het ingaat tegen de natuurlijke neiging om open en transparant met cliënten te communiceren.

Interne procedures, bewaartermijnen en sectorspecifieke typologieën

Naast de wettelijke basis moet een training altijd de eigen interne procedures van het kantoor behandelen: wie doet wat, welke escalatieroutes gelden er, en bij wie meldt een medewerker een twijfelgeval intern. Ook bewaartermijnen van dossiers horen hierbij, evenals sectorspecifieke typologieën die zich in de makelaardij voordoen: stromannen die als koper optreden namens een verborgen achterliggende partij, zogeheten A-B-C constructies waarbij een woning kort na aankoop met aanzienlijke winst wordt doorverkocht, en contante elementen in de financiering die niet passen bij het gebruikelijke betaalgedrag in de sector.

Extra verdieping voor directie en compliance officer

Voor de directie en de compliance officer moet een training verder gaan dan de basis. Zij moeten aanvullend inzicht hebben in SIRA (de systematische integriteitsrisicoanalyse van het kantoor), de governance rondom het Wwft-beleid, het toezichtkader van DFEI en DNB, en de sanctiebevoegdheden waarover deze toezichthouders beschikken.

Voorbeeld uit de praktijk

Een makelaarskantoor in Amsterdam dat gespecialiseerd is in de verkoop van beleggingspanden, laat zijn team jaarlijks een externe Wwft-training volgen. Bij de laatste sessie wordt een casus behandeld die weken later opeens actueel blijkt: het herkennen van A-B-C constructies, het patroon waarbij een pand kort na aankoop met een opvallende winstmarge wordt doorverkocht.

Enkele maanden later meldt zich bij het kantoor een verkoper die exact dit pand, negen weken eerder aangekocht voor € 850.000, nu voor € 1.150.000 in de verkoop wil zetten, zonder dat er noemenswaardige verbouwingen of verbeteringen hebben plaatsgevonden. De makelaar die het dossier behandelt, herkent het patroon direct dankzij de training: een korte aanhoudperiode, een aanzienlijke waardestijging zonder duidelijke verklaring, en een verkopende BV waarvan de UBO-structuur niet eenvoudig te doorgronden is. Waar een niet-getrainde collega dit wellicht als een gewone, gunstige verkoop zou hebben behandeld, herkent deze makelaar de noodzaak om verscherpt cliëntenonderzoek te starten en het dossier intern te escaleren naar de compliance officer.

Uiteindelijk wordt, na aanvullend onderzoek naar de bron van de aanvankelijke aankoopsom en de achtergrond van de BV, besloten een melding van een ongebruikelijke transactie te doen bij de FIU. Zonder de sectorspecifieke component in de training (de expliciete behandeling van A-B-C constructies als typologie) was dit signaal vermoedelijk gemist.

Vorm en werkvorm: waarom interactie het verschil maakt

Naast de inhoud speelt de vorm van een training een grote rol in hoe goed de stof beklijft. Een training die uitsluitend bestaat uit een lange presentatie met wetsartikelen, blijft bij de meeste medewerkers slecht hangen. Effectiever is een opzet met concrete praktijkcasussen, waarbij deelnemers zelf moeten beoordelen of een fictieve situatie een indicator van een ongebruikelijke transactie bevat, of waarbij een korte quiz aan het einde toetst of de kernpunten zijn overgekomen. Voor makelaarskantoren werkt het goed om casussen te gebruiken die dicht bij de eigen praktijk liggen (herkenbare situaties met woningen, bedrijfspanden of verhuurbemiddeling), in plaats van generieke voorbeelden uit de financiële sector die minder aansluiten bij wat medewerkers dagelijks tegenkomen.

In het kort

  • Wettelijk kader: Wwft, Sanctiewet 1977 en waar relevant de Wtt.
  • Cliëntenonderzoek (CDD/EDD), UBO-onderzoek, PEP-screening en sanctiescreening.
  • Indicatoren van ongebruikelijke transacties en de volledige meldprocedure bij de FIU.
  • Het tipping-off verbod, expliciet met praktijkvoorbeelden toegelicht.
  • Bewaartermijnen, interne procedures en escalatieroutes binnen het kantoor.
  • Sectorspecifieke typologieën voor makelaars: stromannen, A-B-C constructies, contante elementen.
  • Voor directie en compliance officer aanvullend: SIRA, governance, toezichtkader DFEI/DNB en sanctiebevoegdheden.
  • Kies een interactieve werkvorm met herkenbare praktijkcasussen uit de makelaardij, in plaats van uitsluitend een presentatie met wetsartikelen.
  • Sluit elke sessie af met een korte toets, zodat u aantoont dát de training is gegeven, en ook dat de kernpunten daadwerkelijk zijn overgekomen bij de deelnemers.
  • Herzie de inhoud van de training jaarlijks aan de hand van nieuwe typologieën en wetswijzigingen, zodat de stof niet verouderd raakt terwijl alleen de vorm van de bijeenkomst ongewijzigd blijft.

Hulp nodig bij wwft trainingen?

In een Compliance Intake bekijken we wat voor uw kantoor relevant is en waar ondersteuning zinvol kan zijn.

Verder lezen

Lees ook