FIU Meldingen

Wat gebeurt er na een FIU-melding?

Praktische uitleg voor makelaars, met aandacht voor wat u moet vastleggen en wanneer extra onderzoek nodig kan zijn.

Kort antwoord

FIU-Nederland analyseert de melding en kan hem 'verdacht' verklaren. Pas dan komt de transactie in het opsporingstraject, en meestal merkt de cliënt daar niets van.

Na een FIU-melding analyseert FIU-Nederland de transactie, vaak in combinatie met andere meldingen en aanvullende informatie waartoe alleen zij toegang hebben. Pas wanneer een melding als "verdacht" wordt verklaard, komt de zaak daadwerkelijk in het opsporingstraject terecht, en in de meeste gevallen merkt de cliënt daar helemaal niets van. Voor makelaars is dit een belangrijk gegeven om te begrijpen, want het bepaalt hoe u zich na het indienen van een melding hoort te gedragen.

Veel makelaars die voor het eerst een melding doen, verwachten een soort directe terugkoppeling. De realiteit is minder zichtbaar. FIU-Nederland communiceert in de regel niet uitgebreid terug naar de melder over de uitkomst van hun analyse, en dat is precies zoals het systeem is bedoeld te werken.

Het analyseproces bij FIU-Nederland

Wanneer uw melding binnenkomt via goAML, wordt deze niet geïsoleerd beoordeeld. FIU-Nederland beschikt over een informatiepositie die u als makelaar niet heeft: zij kunnen uw melding leggen naast meldingen van andere Wwft-instellingen (banken, notarissen, andere makelaars) die mogelijk met dezelfde cliënt, dezelfde vennootschap of hetzelfde patroon te maken hebben gehad. Een transactie die op zichzelf beperkt verdacht oogt, kan in combinatie met signalen uit heel andere sectoren een veel duidelijker beeld opleveren.

Dit verklaart ook waarom het overgrote deel van de meldingen uiteindelijk niet leidt tot een vervolgactie. Veel meldingen bevatten signalen die, na analyse en vergelijking met andere bronnen, geen aanleiding geven tot verder onderzoek. Dit is geen teken dat de melding "onterecht" was: integendeel, het systeem is juist zo ontworpen dat de drempel voor u als melder laag ligt, zodat FIU-Nederland met een breed vangnet kan werken.

Van melding naar "verdacht": wat verandert er

Alleen wanneer FIU-Nederland een melding, al dan niet in combinatie met andere informatie, als verdacht verklaart, wordt deze gedeeld met opsporings- en inlichtingendiensten. Voor u als makelaar verandert er op dat moment doorgaans niets zichtbaars: u wordt niet automatisch geïnformeerd dat uw melding is doorgezet, en u heeft ook geen taak meer in het verdere verloop van dat onderzoek.

Interessant om te weten is dat het vaak voorkomt dat er parallel onderzoek loopt bij andere instellingen naar aanleiding van dezelfde onderliggende melding of hetzelfde cliëntprofiel.

Uw rol na de melding: geen informatieplicht, wel voortdurende waakzaamheid

Een veelgestelde vraag is of u de cliënt op enig moment moet informeren over het feit dat er een melding is gedaan, bijvoorbeeld wanneer de transactie zonder problemen wordt afgerond. Het antwoord is nee: u heeft geen actieve informatieplicht richting de cliënt, en vanwege het tipping-off verbod mag u hierover ook geen mededeling doen, zelfs niet achteraf en zelfs niet wanneer de transactie probleemloos is afgerond. De wet maakt hier geen uitzondering.

Wat wél van u wordt verwacht, is dat u uw reguliere monitoring van de cliëntrelatie voortzet. Een melding is geen eindpunt waarna het dossier "klaar" is; het is eerder een signaal dat u de risicoclassificatie van deze cliënt kritisch moet herzien.

Voorbeeld uit de praktijk

Een makelaarskantoor in Den Haag heeft eerder een melding gedaan over de aankoop van een penthouse door een cliënt waarbij de financieringsbron onvoldoende kon worden onderbouwd. De transactie is destijds, na de melding, gewoon doorgegaan. De cliënt heeft nooit iets gemerkt van de interne stap die het kantoor heeft gezet. Acht maanden later meldt dezelfde cliënt zich opnieuw bij het kantoor, ditmaal voor de verkoop van een ander pand uit zijn portefeuille.

De makelaar die het nieuwe dossier oppakt, raadpleegt het interne cliëntdossier en ziet dat er bij de vorige transactie een melding is gedaan, ook al is nooit teruggekoppeld of dit tot verder onderzoek heeft geleid. Op basis hiervan besluit de compliance-functionaris om deze cliënt, ondanks een verder onopvallend verloop van de eerdere transactie, in te delen in een hogere risicocategorie en het cliëntenonderzoek voor het nieuwe dossier grondiger uit te voeren dan bij een gemiddelde cliënt. Er wordt op geen enkel moment tegen de cliënt gerept over de eerdere melding; de verscherpte aandacht wordt volledig binnen de normale, professionele bejegening van het dossier vormgegeven.

Waarom dit ontwerp uw eigen meldgedrag niet zou moeten beïnvloeden

Sommige makelaars raken ontmoedigd wanneer zij merken dat meldingen zelden zichtbaar tot iets leiden, en gaan zich afvragen of het wel zin heeft om te melden. Dat is een misvatting die averechts kan werken. Het feit dat u nooit terugkoppeling krijgt, zegt niets over de waarde van uw melding: het zegt alleen iets over hoe het systeem is ingericht om de effectiviteit van de opsporing te beschermen. Blijf daarom consequent melden zodra een indicator van toepassing is, ongeacht of eerdere meldingen zichtbaar tot iets hebben geleid. De waarde van het systeem als geheel hangt af van consistente deelname door alle meldingsplichtige instellingen, niet van individuele terugkoppeling per melding.

In het kort

  • Na uw melding analyseert FIU-Nederland de transactie, vaak samen met meldingen en informatie van andere instellingen waartoe u geen toegang heeft.
  • Het overgrote deel van de meldingen leidt niet tot een vervolgactie: dat is geen teken dat uw melding overbodig was.
  • Pas bij het label "verdacht" wordt een melding gedeeld met opsporings- en inlichtingendiensten.
  • U heeft geen informatieplicht richting de cliënt over een gedane melding, en mag hier vanwege het tipping-off verbod ook nooit uit eigen beweging over communiceren.
  • Zet uw monitoring van de cliëntrelatie na een melding voort en overweeg of de risicoclassificatie van de cliënt moet worden herzien.
  • Laat het ontbreken van terugkoppeling nooit uw bereidheid om te melden beïnvloeden: consistentie is precies waar het systeem op steunt.
  • Bespreek binnen uw kantoor periodiek, in algemene zin en zonder cliëntspecifieke details te delen buiten de daarvoor bevoegde personen, welke type signalen tot meldingen hebben geleid, zodat het hele team hiervan leert.
  • Behandel elke melding als een leermoment voor uw eigen indicatorenkennis en die van uw collega's, ook als u nooit verneemt of de zaak uiteindelijk tot verder onderzoek heeft geleid.
  • Blijf onderscheid maken tussen uw eigen meldplicht en het verdere strafrechtelijke traject: die twee zijn en blijven volledig gescheiden verantwoordelijkheden.

Hulp nodig bij FIU Meldingen?

In een Compliance Intake bekijken we wat voor uw kantoor relevant is en waar ondersteuning zinvol kan zijn.

Verder lezen

Lees ook